Posts tonen met het label onrust. Alle posts tonen
Posts tonen met het label onrust. Alle posts tonen

dinsdag 10 oktober 2017

Waarom willen mensen met dementie zo vaak naar huis?

Het komt regelmatig voor dat mensen met dementie onrustig zijn en aangeven dat ze naar huis willen. Vaak is dit na een gedwongen verhuizing omdat de persoon met dementie niet meer alleen thuis kan wonen. 


Na een verhuizing kan iemand met dementie heel onrustig worden. Zelfs al is de verhuizing zo zorgvuldig mogelijk aangepakt en de nieuwe woning zoveel mogelijk op de oude woning lijkt. 

Reacties op verhuizing kunnen zijn:

- Huilen en continu vragen om naar huis te mogen gaan 
- Steeds weer spullen in een tas doen, inpakken 
- Steeds weer proberen weg te lopen 
- Onrustig heen en weer dwalen



Tips hoe om te gaan met de wens naar huis te willen 


1) Eerlijk zijn

Als iemand in de war en gedesoriënteerd lijkt door een recente verhuizing wees dan eerlijk over deze verhuizing. Leg uit dat hij/zij nu ergens anders woont en waarom. Wees kort, mild en duidelijk in de uitleg. Teveel informatie kan zorgen voor nog meer verwarring.
Spreek met andere betrokkenen af dat iedereen dezelfde uitleg geeft als de persoon met dementie naar thuis vraagt. Leg geen nadruk op de problemen die er waren toen de persoon met dementie nog thuis woonde, maar vertel bijvoorbeeld dat hij/zij zich eenzaam voelde en dat er daarom voor gekozen is om te verhuizen. Of dat het dichterbij een zoon of dochter is. Probeer een uitleg te bedenken die rust geeft.

2) Zorg voor afleiding

Als de onrust na uitleg aanwezig blijft probeer dan af te leiden. Doe dit door een leuke activiteit aan te bieden zoals samen iets bakken, naar favoriete muziek luisteren, een wandeling maken, ergens een kopje koffie gaan drinken.
Houdt er rekening mee dat afleiding vaak maar korte tijd werkt. Het is daarom belangrijk om afleiding door middel van activiteiten te herhalen.

3) Ga op zoek naar de onderliggende oorzaak

Soms kan iets onverwachts heimwee veroorzaken:

- Is er misschien een buurvrouw uit de oude straat op bezoek geweest?
- Is er een medebewoner die op iemand van vroeger lijkt?
- Is de persoon met dementie moe? Wennen aan een nieuwe omgeving kost veel energie.
- Heeft de persoon met dementie moeite met wennen aan de nieuwe structuur in de nieuwe woonomgeving?
- Wordt er misschien teveel van eigen gewoontes afgeweken? Opeens vroeg op moeten staan terwijl het de gewoonte was om uit te slapen?
- Is het beddengoed nieuw, vreemd en niet vertrouwd?
- Zijn er veel nieuwe kleren aangeschaft en zijn deze onherkenbaar?

Probeer te achterhalen of er een oorzaak is binnen de nieuwe setting waardoor de persoon met dementie steeds naar huis wil. Als de oorzaak gevonden wordt dan kan hier iets aan gedaan worden.

4) Neem gevoelens serieus

Ga serieus in op het gevoel van heimwee en bevestig de gevoelens. Door te bevestigen dat iemand het oude huis mist en hierover te praten kun je de persoon met dementie helpen met het plaatsen van emoties. Praat over herinneringen, maar benoem het ook als herinneringen.

5) Naar huis willen gaan kan verschillende betekenissen hebben

De persoon met dementie wil naar huis, maar dat betekend niet altijd dat het gaat om de laatste woning. Het kan ook gaan om het huis waar men geboren of opgegroeid is.
Als de heimwee naar het ouderlijk huis is ga dan samen kijken naar foto's van vroeger en laat de persoon met dementie daarover vertellen. Praat in het verleden en gebruik zinnen als bijvoorbeeld: 'Weet je nog toen je klein was en jullie elke zondag soep aten?' of 'Weet je nog toen je 10 was en in de kou naar school moest lopen?'. Als herinneringen moeilijk naar boven komen begin dan een zin met bijvoorbeeld: 'Ik weet nog dat je me een keer vertelde hoe koud het in de winter in jullie huis was'. Op deze manier voelt de persoon met dementie zich niet gedwongen om zich iets ter herinneren.

6) Niemand is schuldig

Probeer schuldgevoel achterwege te laten. Niemand is schuldig aan de gedwongen verhuizing of aan de situatie. Het is de schuld van de ziekte, van dementie, en daar heeft niemand invloed op.

Tot slot:

Bovenstaande zijn tips die gebruikt kunnen worden, maar elke situatie is uniek en elk mens met dementie heeft een eigen beleving en benaderingswijze.

Heeft u aanvullende tips? Geef ze door, dan zetten we deze erbij.


Monika Eberhart







Photo by joyce huis 
Bron www.unforgettable.org

zaterdag 26 november 2016

Slaapritmestoornis bij mensen met dementie

Mensen met dementie kunnen moeite gaan krijgen met een goed dag en nachtritme. Mantelzorgers krijgen dan te maken met een slechte nachtrust omdat hun naaste met dementie niet kan slapen en aandacht nodig heeft. 

De wetenschap weet niet precies wat de oorzaak is van slaapritmestoornis bij dementie. Uit sommige onderzoeken is wel gebleken dat ongeveer 20% van de personen met dementie aan het einde van de dag meer last krijgt van verwardheid, onrust en angst. 

Factoren die van invloed kunnen zijn op slaapstoornis


- Oververmoeidheid aan het einde van de dag.
- Een verstoorde biologische klok. 
- Te weinig licht en teveel schaduw,hierdoor ontstaat angst en verwarring omdat er geen herkenning is.
- Nonverbale irritatie van mantelzorgers door overbelasting. Dit kan bij de persoon met dementie onrust geven omdat ze aanvoelen dat er iets is, maar het niet kunnen plaatsen. 
- Slecht slapen omdat dromen en werkelijkheid niet meer onderscheiden kunnen worden.
- Minder behoefte aan slaap. Dit komt vaak voor bij oudere mensen, met en zonder dementie.




Omgaan met slaapstoornis


Houdt de woning goed verlicht: Genoeg licht helpt om de omgeving herkenbaar te houden. Als het te donker is dan kunnen mensen met dementie niet identificeren wat ze zien en worden ze onrustig en angstig. Dimlicht is gezellig, maar geeft teveel schaduwen in de woning. 

Zorg voor een comfortabele en veilige slaapomgeving: Zorg voor een prettige kamertemperatuur, niet te warm en niet te koud. 
Plaats kleine lampjes met sensoren die aan gaan als de persoon met dementie opstaat. 
Zorg voor goed afsluitbare ramen en deuren zodat het veilig voelt.
Gebruik deur sensoren die waarschuwen als iemand gaat dwalen. 

Zorg voor structuur: Biedt structuur aan. Laat elke dag ongeveer hetzelfde verlopen door vaste tijden van opstaan, eten, rusten, bewegen en naar bed gaan. 

Voorkom teveel stimulering en zware avondmaaltijd: Nicotine en alcohol zijn stimulerend, probeer het gebruik ervan te voorkomen of te minimaliseren. 
Biedt de zwaarste maaltijd tussen de middag aan en geeft licht verteerbaar eten aan het einde van de dag. 

Plan activiteiten: Hoe meer rust mensen overdag hebben hoe slechter ze 's nachts zullen slapen. Biedt activiteiten aan in plaats van middagdutjes. 
Plan afspraken zoals kapper, dokter, pedicure e.d. in de middaguren.
Stimuleer bewegen tot vier uur voor het slapen gaan. 
Kies voor activiteiten die de persoon met dementie voor de ziekte ook deed en probeer deze, eventueel aangepast, uit te voeren. 

Voorkom teveel prikkels in de avonduren: Kies voor rustige avonden en voorkom drukke televisie, luide muziek, bezoek, lawaai, activiteiten e.d. 
Zet rustige televisieprogramma's op, luisteren naar klassieke of andere rustige muziek. Dim langzaam de lichten. 

Zorg als mantelzorger goed voor uzelf: Een overbelaste en gestreste mantelzorger kan minder goed voor de naaste met dementie zorgen en draagt onbewust de eigen stress over op de ander. Neem daarom zelf op tijd uw rust en afstand van uw naaste met dementie. Plan dagen of uren in waarin u alleen met uw eigen behoeftes bezig bent.  

Deel ervaringen met anderen: Zoek steun bij mensen in dezelfde situatie. Op die manier kun je tips met elkaar uitwisselen en nieuwe ideeën opdoen. 

Schroom niet om naar een dokter te gaan: Leg het slaapprobleem voor aan de huisarts. 
De huisarts kan achterhalen of de slaapproblemen worden veroorzaakt door lichamelijke problemen. 


Monika Eberhart 



photo credit: Massimo Accarino via photopin (license)

vrijdag 23 oktober 2015

Ik moet naar huis

Een paar keer per week komt hij naar ons dagactiviteitencentrum, dhr. Janssen. Hij heeft het er wel naar zijn zin, tenminste.....zolang hij afleiding heeft. Zodra hij niets te doen heeft gaat hij dwalen en zoeken.

Dhr. Janssen komt altijd vrolijk binnen om tien uur 's morgens. Hij geeft gewillig zijn jas af en laat zich naar een stoel leiden om daar te gaan genieten van een kopje koffie.
Zijn gehoor en zicht zijn niet meer zo goed, dat zal, naast de dementie, de reden zijn dat hij het lezen van de krant helemaal niet meer opneemt. Zo nu en dan stellen we wat vragen om hem bij de krant te betrekken. We kiezen voor vragen waarvan we inmiddels weten dat hij er een antwoord op kan geven.

Als de koffie en de krant klaar zijn dan begint bij dhr. Janssen de onrust. Hij gaat lopen en hij gaat zoeken, zoeken naar zijn jas, zoeken naar zijn vrouw, zoeken naar iets vertrouwds. Hij wil naar huis, hij wil zo snel mogelijk naar huis. Alleen weten wij dat als hij thuis dat hij dan weer weg wil, waarschijnlijk omdat hij niet meer weet wat hij zoekt.
Op dit moment van de dag kunnen we hem nog afleiden als we zeggen dat zijn vrouw weet dat hij bij ons zal blijven eten. De lunch is dan ook geen probleem, al moeten we wel opletten anders verdwijnt de maaltijd in zijn glas en gaat hij het vervolgens daaruit eten.

Na het eten is het tijd voor de mensen om te rusten, dat wil zeggen: voor de mensen die willen rusten. Sommigen gaan in de rustruimte een uurtje slapen, anderen gaan in de woonkamer wat lezen en luisteren naar muziek. Het personeel kan op dat moment wat aan de administratie doen en evt. de nodige telefoontjes plegen.
Dit is het moment waarop dhr. Janssen het allemaal niet meer aan kan. Wij als personeel moeten het een en ander op kantoor doen en dhr. Janssen heeft juist behoefte aan afleiding. Soms is er een vrijwilliger die met dhr. in de tuin gaat wandelen. Helaas kunnen wij hem niet alleen in de tuin laten omdat het hek naar de straat niet altijd dicht is.Voor ons is het niet altijd mogelijk om hem één  op één aandacht te geven.

Op kantoor staat de kapstok waar de jassen van het personeel aan hangen. Dhr. Janssen heeft alle jassen al een keer aan gehad. We hebben ontdekt dat damesjassen hem niet zo goed staan.  Als we vriendelijk uitleggen dat de jas van iemand anders is dan doet dhr. de jas meteen uit en soms biedt hij zelfs zijn verontschuldigingen aan.  Hij wil dan wel graag weten waar zijn eigen jas dan is. We vertellen hem dat die aan de andere kapstok hangt en dat hij die aan kan doen als hij naar buiten gaat om naar huis te gaan, straks.

Dhr. wordt steeds onrustiger en gaat op zoek naar de deur. Alles wat open zou kunnen biedt een mogelijkheid om naar buiten te kunnen gaan, maar tevergeefs. Hij lijkt zich er niet meer van bewust te zijn dat hij op een gesloten groep zit, maar hij heeft wel in de gaten dat hij niet zomaar weg kan.
Hij loopt onrustig door de gang en gaat elke ruimte in die hij tegenkomt, maar nergens kan hij het antwoord vinden op de vragen die hij heeft, de vragen die hij zelf dan ook weer vergeet.

Terwijl wij op kantoor zitten komt dhr. voor de vierde keer binnen en vraagt"Waar is mijn vrouw?" Mijn collega antwoord "Uw vrouw is met vriendinnen ergens koffie aan het drinken, ze komt straks naar huis" Waarop hij vraagt " Ga ik dan ook naar huis?". "Ja, dan gaat u ook naar huis". Hierop reageert dhr. op een verrassende manier" Naar huis, naar mijn vrouw en dan Hoera! herken ik haar weer en dan weet ik wie mijn vrouw is".
Mij collega's en ik kijken elkaar verbaasd en ontroerd aan. Zoveel moeite met het vinden van de woorden en toch duidelijk kunnen maken wat hij bedoelt.




Als dhr. weet dat hij straks naar zijn vrouw gaat heeft hij even rust, heel even maar.
Vijf minuten later wil hij weer naar huis, hij wil naar zijn vrouw, hij wil meteen naar huis. Waar is mijn vrouw? Hij wil naar huis.......

Dhr. Janssen houdt heel veel van zijn vrouw, zijn vrouw houdt van hem. Ondanks de liefde die ze voor elkaar voelen worden ze drie dagen per week uit elkaar gehaald. De liefde van haar man kan voor mevr. de last die ze moet dragen helaas niet verlichten. Daarom is het goed dat er dagopvang is voor mensen met gevorderde dementie, dan kan de mantelzorger even ontspannen en opladen.

Dhr. Janssen gaat uiteindelijk om vier uur naar huis, daar moet zijn vrouw de deuren op slot doen want dan wil hij naar buiten. Hij weet dan niet waar naartoe.

Monika Eberhart


photo credit: MV House 3 via photopin (license)